Nick Skelton en Big Star waren ‘pre-qualified’ voor deelname aan de Grote Prijs. Dat is het gevolg van een FEI-regel die bescherming biedt aan combinaties die in het afgelopen jaar de Grote Prijs van een concours hebben gewonnen waar een vijfsterren-landenwedstrijd wordt verreden. Op dezelfde manier konden ook Maikel van der Vleuten en Verdi als winnaars van Al Ain rechtstreeks deelnemen aan de Grote Prijs van Aken.
Leuk bedacht, deze regel. Zo krijgt de organisatie altijd een aantal aansprekende namen op de startlijst van de Grote Prijs. Maar in de praktijk tast dit systeem één van de kernwaarden van de FEI aan. Het heilige gras van Aken was afgelopen zondag alles behalve een ‘level playing field’. Skelton was zo leep geweest om Big Star in de aanloop naar de strijd om het grote geld precies twee keer naar binnen te rijden – één keer op donderdag, één keer op vrijdag – en hij reed beide oefenritjes niet eens tot de finish uit.
Big Star was dus fit. Dat konden we van veel andere paarden niet zeggen. London was geen schim van de hengst die donderdagavond als enige het extreem zware parcours van de landenwedstrijd twee keer foutloos bedwong. Tamino hield zich in de eerste omloop van de Grote Prijs nog zeer goed staande, maar in de tweede manche rolden balken die normaal blijven liggen. In de barrage maakte Orient Express een schijnbaar onnodige fout die Patrice Delaveau de overwinning kostte. Het is niet uit te sluiten dat dit het gevolg was van de landenwedstrijd die de hengst van Delaveau donderdagavond had gelopen.
Eigenlijk had Skelton zijn vierde Grote Prijs van Aken ter waarde van 330.000 euro voor het oprapen. In plaats van toe te staan dat ruiters hun paarden richting het grote geld van de zondagmiddag kunnen managen, zou de bond van de dierenliefde en de sportiviteit een regel moeten instellen dat paarden niet gelijktijdig landenwedstrijd én Grote Prijs mogen lopen.
Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur
