In een grijs verleden analyseerde ik als student Nederlands het gedrag van leraren Nederlands bij het beoordelen van opstellen. Die leraren leken wel dressuurjuryleden: vol vooroordelen. Een gemiddeld opstel kreeg een hoger cijfer als het door een paar slechte opstellen was voorafgegaan en hetzelfde opstel werd lager gewaardeerd als de leraren eerst enkele mooie teksten onder ogen hadden gekregen. Het allereerst te beoordelen opstel kreeg steeds een gemiddelder cijfer dan de overige en bollebozige leerlingen konden vaak op een bonus rekenen.
De conclusie luidt niet dat dressuurjuryleden voornamelijk uit de rijen der leraren Nederlands worden gerekruteerd, maar dat psychologie altijd meespeelt als de mens iets beoordeelt. Zaten de fouten van de Grand Prix nog in het brein van de juryleden toen Madeleine Witte met Wynton het spits van de Kür op muziek afbeet? Zagen de juryleden de ‘live’-Valegro, die met de handrem erop liep (zoals Charlotte Dujardin het zelf uitdrukte), of keken de juryleden in hun hoofd naar ‘Valegro – the movie’?
In galop was de winnaar van olympisch goud twee klassen minder dan vorig jaar om deze tijd. Een beetje zwaar op de hand, soms richting viertakt, met trage, weinig expressief gesprongen pirouettes. En met grote fouten in beide series eners, Dujardin kon de tweede fout niet eens herstellen. Met aansluitend nog een hobbel in de laatste passage ging de Kür van Valegro als een nachtkaars uit.
Mijn vooroordeel over dressuurruiters werd ook bevestigd. Ze willen ongeslagen naar het EK, WK of Olympische Spelen. De jury van zo’n groot kampioenschap mag níet denken: ‘Oh, Jantje is vorige maand nog door Pietje verslagen dus zal Pietje deze keer ook wel weer beter zijn’. Dus meed Charlotte Dujardin de concurrentie van Wereldbekerwinnares Helen Langehanenberg in het hol van de leeuw Aken en verblijdde zij Rotterdam met haar aanwezigheid. Geef haar – gezien het hierboven beschreven juryvooroordeel – eens ongelijk.
Sporters richten zich naar juryleden. Daarom zijn alle pogingen van de FEI om het jurysysteem op onderdelen te verbeteren vergeefs. Alleen als de rol van juryleden, zoals bij turnen, tot het minimale is teruggebracht, kan dressuur een echte sport worden.
Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur ()
Deze column verscheen woensdag 26 juni 2013 in De Paardenkrant.

ik ben een groot fan van charlotte en valegro maar moet Dirk Willem Rosie hier helemaal gelijk geven!
Ook ik vind Charlotte Dujardin en Valegro een supercombinatie. Maar ben het ook eens met wat dhr. Rosie hier beschrijft. Je krijgt zo vaak een ‘hé hoe kan dat nou’-gevoel als je de uitslag vergelijkt met wat er in de ring te zien was. Het lijkt net of de ruiters die ‘normaal gesproken’ bovenaan rijden ook altijd hoger beoordeeld worden. Terwijl er combinaties zijn die qua correctheid en juistheid van het gaan van het paard en de rijvaardigheid van de ruiter absoluut niet voor ze onderdoen.
Ben zelf jurylid voor de lagere dresuurklassen, maar ik vraag me soms wel eens af welke afwegingen GP-juryleden maken. Ongetwijfeld zien zij dingen veel en veel beter dan ik doe, maar toch. Als je puur afgaat op de basis, dat de beweging vanuit het achterbeen begint en dat het paard op eigen 4 benen moet lopen, vind ik het toch vreemd dat paarden die een soort ’tegengehouden’ zweefdraf tonen hoge punten kunnen krijgen voor hun passage, terwijl dat geen echte gedragen passage is. Ook kan ik er niet bij dat paarden die bijvoorbeeld veel spanning vertonen, in de GP nog makkelijk 65 procent bij elkaar kunnen sprokkelen, alsof alleen al het feit dat je GP rijdt al voldoende is voor 60 procent. In de ‘gewone’ klasse Z kom je met een dergelijke proef vol spanning bij lange na niet aan de 60 procent. Misschien sla ik de plank volledig mis en vergelijk ik appels met peren, maar het is wel iets wat me vaak opvalt.
Blij dat nog iemand eerlijk en oprecht reageert…
Bij de vorige dressuur “discussie” (over de rollkur), gaf ik al aan dat de modetrend belangrijker was dan het welzijn van het dier, maar voornamelijk omdat degene die het hardste er mee bezig zijn, het beste worden beloond. Met deze “discussie” geeft komt uit de verf dat er een duidelijke voorkeur is voor de gevestigde orde van winnaars. Is sport nog wel sport? Wie rijdt er nu nog zelf zijn eigen paard? Verder vind ik topdressuur voornamelijk gerelateerd naar piaff/passage, alsof de rest niet meer belangrijk is.
Money rules allang helaas. In de endurance waren de laatste CEI*** de eerste 8 plaatsen voor de adelijke Arabieren met dure kanr en klare aankopen, daarachter komt dan het talent wat wel zijn eigen paard heeft opgeleid.
Sport? het is lang niet meer zo boeiend als vroeger, dat er nog sponsors geld aan uitgeven, onbegrijpelijk.
Ik zou persoonlijk de prijs niet in ontvangst hebben willen nemen. Je schaamt je toch dood tegenover een ervaren en wonderbaarlijke ruiter zoals Edward Gal. Wat die flikt met een jong paard is kunst en de rest is knolhobbelen.
Ik zou van mijnheer Rosie wel eens willen weten op welke manier hij de rol van de juryleden tot het minimale wil terugbrengen. Ben zeer benieuwd en sta zelf overal voor open!
Zelf heb ik 13 jaar geturnd en aan wedstrijden deelgenomen.(lang geleden)Ik heb nooit het gevoel gehad dat de rol van de jury bij het turnen minimaal was. Na het volbrengen van onze proef was het de jury en enkel de jury die de proef beoordeelde en de punten gaf, net zoals bij de dressuur.Bij turnen valt het hoogste en het laagste cijfer wel weg en dit helpt wel tegen het bewust of onbewust bevoordelen of benadelen van een turner of turnster.Dus geachte heer Rosie deze bewering (Alleen als de rol van juryleden, zoals bij turnen, tot het minimale is teruggebracht, …) begrijp ik niet.
Maar dit is niet het belangrijkste van uw artikel.Wat ik uit uw artikel versta is dat we geen echte sport krijgen als ze niet correct gejureerd wordt.Dressuur is volgens mij wel een echte sport(vooral voor het paard dan)maar is geen echte eerlijke sport.En dit ligt niet alleen aan het punten geven maar ook aan het feit dat de deelnemers niet met gelijke middelen kampen of dat ruiters hun paarden zelfopleiden of of kant en klare machines kopen.Maar welke sport is er dan nog echt en eerlijk???? Een 100% correcte jurering bestaat niet(voor diverse redenen)Dus willen we dressuur blijven beoefenen zullen we het moeten doen met wat we hebben.We kunnen alleen hopen dat de juryleden zich 200% neen 1000% inspannen om het zo correct mogelijk te doen.Toch moeten de beleidsmensen er alles aan doen om het jurysysteem te verbeteren wat op zich een uiterst moeilijke opdracht zal zijn maar wel noodzakelijk voor het welzijn van de dressuursport.Ik geef een voorbeeld;er wordt steeds gezegd dat een combinatie veel wedstrijden moet rijden opdat de jury de combinatie zou kennen,want als de jury u kent krijgt u meer punten.Is dit niet erg??? Een onbekende combinatie die een dijk van een proef neerzet moet de punten krijgen die ze verdient.Er is dus nog werk aan de winkel. vr gr EC
Wat ontzettend moedig om hier voor uit te komen ! Verhelderend ! Maar tja……….hoe nu verder. Dressuur blijft een jury sport.
Een jurysport staat of valt met de omschrijving en regels waarop de beoordeling is gebaseerd. Zolang men die consequent hanteert, zullen de menselijke voorkeuren en willekeur minder opgang doen. In de dressuur werden die regels steeds meer losgelaten en gingen spektakel en andere hectische modevoorkeuren een steeds grotere rol spelen. Ook Anky heeft daar ruimschoots van geprofiteerd. Als ik op lezingen de waggelende en hectische piaffe’s van Bonfire laat zien, die met een voorgeschreven ritmische drafbeweging op de plaats zonder zweefmoment weinig van doen hebben, zeggen de mensen vaak “onbegrijpelijk dat ik daarvoor geklapt heb”.
Van die modevoorkeur werd destijds ook Coby van Baalen met Ferro het slachtoffer. Zijn wonderschone piaffe en passage zijn nog altijd het schoolvoorbeeld. Rijkunstig en qua voorgeschreven uitvoering voldeed haar presentatie aanmerkelijk beter aan de FEI-regels dan wat Anky met Bonfire aan geforceerde hectiek en spastische bewegingen voorschotelde.
En ook Parzival heeft ondanks een doorgeslagen stang, een open mond en sterk geforceerde bewegingen bij herhaling geprofiteerd van zijn eerdere successen.
In dressuur duurt het vrij lang voordat de jury’s een eenmaal gevestigde naam kritisch aan de voorgeschreven uitvoering toetsen. Op dit terrein zou een deskundig kader van hippische journalisten de vinger aan de pols moeten houden door de rode vlag te hijsen als niet de voorgeschreven regels en uitvoering maar mode en naam bepalend worden. Dat doet het welzijn van de paarden en de schoonheid van de sport geen goed. Helaas laat ook het journaille zich, even als de jury, eerder door mode en nationalistische gevoelens leiden.
Het goede nieuws is echter dat de mode-aspecten van spektakel en hectiek (de polderdressuur)op hun retour zijn en steeds meer plaats gaan maken voor de klassieke presentatie zoals die in de FEI-regels bindend wordt voorgeschreven. Ook dat mag gezegd worden.
Het is nu aan het journaille om de ingezette weg angstvallig te bewaken zodat de modevoorkeuren van hectiek en spektakel niet opnieuw een kans krijgen. Rosie geeft met zijn column een goed voorschot en er is niets op tegen dat de hippische journalisten penalty’s gaan uitdelen als de jury’s over de schreef gaan en de regels aan hun keurig opgepoetste FEI-laars lappen.
Het wordt daarom hoogtijd dat de FEI alle onderdelen van de GP in de voorgeschreven uitvoering op video vastgelegd die als toets voor de jury, de ruiters, het journaille en, zeker niet in de laatste plaats, het publiek kan dienen.
Misschien zou het helpen als de juryleden nadat zij gejureerd hebben, scherp ondervraagd worden over hun motivering voor een cijfer. Dat kan door zowel journalisten, deelnemers, instructeur als door FEI officials zijn en moet gewoon openbaar zijn. Als je slechte/goede punten krijgt zijn ze openbaar, dus de motivering zou ook openbaar moeten zijn. Als juryleden die naar namen kijken zich zo een paar keer moeten verantwoorden zullen ze best beter op gaan letten en punten geven voor wat ze zien in plaats van voor wat ze denken te weten. Bij de vragen moeten wel de beelden vertoond worden waar de vraag over gesteld wordt. Bij iedere jurytafel een camera installeren zodat het ook vanuit het oogpunt van de betreffende jury bekeken kan worden. Zo komen zowel de goede/slechte ruiters als de goede/slechte juryleden bovendrijven en is het voor alle partijen een goed leermoment.
De analyse van Dirk willem over de beoordeling van de opstellen door leraren lijkt me juist.
Dit effect bestaat ook bij jurering. Als je als eerste starter op een wedstrijd geboekt staat, ben je ook niet blij. Moet je direct na een voortreffelijke combinatie starten, weet je dat je daarmee vergeleken wordt.
Maar we moeten eens ophouden met mensen – niet menselijke kwaliteiten – toe te dichten. Iedere zanger weet hoe moeilijk het is om vanuit het niets in te zetten en de juiste toon te pakken. Hoewel hij het misschien al 100 keer heeft gedaan. De menselijke soort heeft nu eenmaal moeite met het vaststellen van het juiste exacte peil. Omdat dit peil niet aan de hand van een staalkaart, zoals bij het vaststellen van iets simpels als de juiste kleur, is af te lezen.
Je kunt alleen maar af gaan op een iets vervaagde herinnering van wat voor punten je bijvoorbeeld vorige maand gegeven hebt bij een (in herinnering) gelijke uitvoering. En dan ook nog: geen enkele uitvoering is precies gelijk
Bij het beoordelen moet met zoveel verschillende waarnemingen op hetzelfde moment rekening gehouden worden, dat het oog dit niet allemaal tegelijk KAN waarnemen, laat staan in je bovenkamertje opslaan om de beelden later nauwkeurig op te roepen.
De mogelijkheid om als jury je dan achteraf te moeten verantwoorden tegenover iedereen, die diverse malen in slow motion de proeven hebben kunnen bestuderen, lijkt mij niet helemaal fair. In de hieruit voort vloeiende discussie, wordt alleen de bekwaamheid en de integriteit van de juryleden die non stop een paar uur alles uit de kast hebben gerukt om naar beste menselijke vermogen de juiste cijfers uit te delen, ter discussie gesteld. Doe het maar eens beter.!
Om Dirk Willem zijn vraag te beantwoorden of de juryleden misschien naar de Charlotte Dujardin movie hebben zitten te kijken: Ja Dirk Willem, dat hebben ze. Ze hebben ze vast de videobeelden van de laatste rit van Charlotte bekeken. Dat is zeer behulpzaam om de correctheid van africhting te kunnen analyseren. De africhting verandert niet, die is gewoon permanent aanwezig. De uitvoering wordt slechts mogelijk gemaakt door de permanent aanwezige correctheid en volkomenheid van de africhting , maar de uitvoering zelf kan per dag varieren.
Als je het niveau van de africhting bijvoorbeeld middels zuiverheid van de beweging, aanleuning,rechtgerichtheid, houding en zit goed geanalyseerd hebt, mag je er vanuit gaan dat dit bij een normaal goede vorm aanwezig is. Het menselijk oog kan dan inzoomen op details in de uitvoering bijvoorbeeld bij de wissels: of het aantal klopt, of ze recht zijn, of de achterbenen niet naspringen, of ze mee wisselen, of ze groot en voorwaarts genoeg zijn,of ze opwaarts genoeg zijn of de totale lijn recht is. Dus al met al acht punten om in luttele seconden tot een cijfer samen te smelten. Zolang het menselijk oog secuur de benen in de gaten moet houden en meetellen is er geen mogelijkheid om te zien of de mond af en toe opengaat, of de stang dwars slaat, of de hulpen meer of minder zichtbaar zijn . Zie je dat wel dan heb je op dat moment het zicht op de benen weer verloren.
Daarom heb ik al vaker gepleit voor slow-motion beelden zoals die bijvoorbeeld bij het schoonspringen worden gebruikt om na te zien of je niets gemist hebt bij enige twijfel. Als je van de menselijke individu meer verlangt dan de soort in huis heeft dan moet je kijken of zijn beperkingen van traagheid en gezichtsveld van het menselijk oog (door de natuur bepaald) kunt ondersteunen met simpele technische hulpmiddelen zoals slow-motion video’s.
Aan de hand van de beelden van hun camera kunnen de juryleden veel beter uitleggen, waarom ze een bepaald cijfer hebben gegeven. Probleem is alleen dat er verrekte weinig tijd is tijdens het beoordelen, om in slow-motion iets terug te zien tijdens de voortgang van de proef. Het zal dus tijdens de beoordeling beperkt gebruikt kunnen worden, maar voor de analyse van de juiste beoordeling achteraf veel kunnen helpen. Om verschillen in beoordeling tussen juryleden beter te kunnen verklaren zullen de verschillende zichtposities door de camera’s in een aantal gevallen opheldering geven.
Maak de jurering beter door technische hulpmiddelen! We leven niet meer in de 18e eeuw!
Sjaak Hoedjes
Bergen NH
@Hanneke Hegeman: In andere jurysporten is de rol van de juryleden onder meer geminimaliseerd door strikte taakverdeling. De juryleden hoeven daarbij niet de gehele prestatie te beoordelen, maar kunnen zich op één onderdeel concentreren. Ik heb sterk de indruk dat veel (bij de FEI invloedrijke) dressuurjuryleden het niet zo ver willen laten komen. En ik heb juryleden al eens doodleuk horen zeggen dat ze op zouden houden met jureren als ze alleen maar naar één aspect zouden mogen kijken. Dan zou voor hen de lol eraf zijn. Naar mijn mening maken deze juryleden zich belangrijker dan de degenen die de prestaties moeten leveren, de ruiters.
Mijnheer Rosie, een interessant voorstel wat u doet. Zeker! Ik stel me voor één jurylid voor de zuiverheid van de gangen, één voor het gereden zijn , één voor de uitvoering van de oefeningen, etc. etc. Maar……. hiermee minimaliseert u niet de inbreng van de juryleden. U legt alleen accenten terwijl de invloed van de jury toch hetzelfde blijft. En dat wilde u toch veranderen?
@Hanneke Hegeman: Het is al heel lang bekend dat het menselijke oog niet in staat is om een dressuurproef foutloos te analyseren. U geeft goede suggesties voor een toekomstige taakverdeling. Door alleen naar de gangen of de uitvoering van de oefeningen e.d. te kijken, nemen de juryleden een andere rol aan. Ze hoeven minder te interpreteren en stellen zich meer op als instrument. Met alle respect voor juryleden, maar dat lijkt me passend.
Mijnheer Rosie, dank voor het compliment. Wellicht zijn er meer juryleden die mijn (en nu ook uw visie) delen. De juryleden hebben een eigen onafhankelijk platform (juryplatform.nl). Ik zal vragen of de discussie daar gevoerd kan worden en dan kunnen we daarna (afhankelijk van de reacties/meningen) als groep juryleden wellicht met een goed onderbouwd voorstel komen richting KNHS.
Jullie hebben het nu meer over de vakbekwaamheid van de juryleden.Ik dacht te begrijpen dat het artikel meer ging over het bewust en onbewust bevoordelen of benadelen van bepaalde combinaties.
De heer Willem Rosie geeft daarbij de voorbeelden van “Bekend zijn of niet (zowel ruiter als paard)”
en ” Als nr 1 binnenkomen” en “Dat topcombinaties moeten winnen”.Een goede jury is vakbekwaam en 100% neutraal.De vakbekwaamheid laat ik nu even buiten beschouwing.Ik wil even nadenken over de neutraliteit.(zie voorbeelden DWR)De aangegeven voorbeelden van de heer Rosie zijn zeker waar, en ik kan voorbeelden geven waardoor sommige juryleden zowel BEWUST en of ONBEWUST hun neutraliteit kunnen verliezen.Spijtig genoeg gebeuren ze beiden.Als het onbewust gebeurt vind ik het nog geen drama,want daar is iets aan te doen.Als het bewust gebeurt is het een andere zaak en daar is volgens mij niets aan te doen.Want het valt niet te bewijzen.Daarom kunnen we alleen maar hopen dat alle juryleden de pretentie hebben een goed jurylid te zijn.Dat ze bij het verlaten van de juryhokjes FIER kunnen zeggen “”””ER STAAT EEN CORRECTE UITSLAG OP HET SCOREBORD”””””
Ik deel zelden uw mening, en ook deze keer kan ik het niet anders dan oneens met u zijn. Ik was zelf aanwezig in Rotterdam en heb iedereen zien rijden. Over het algemeen genomen vond ik het niveau erg tegenvallen, naar mijn mening is er dan ook correct gejureerd. Voor mij staken Charlotte en Valegro er met kop en schouders bovenuit. Valegro is ontzettend goed afgericht en dat komt in alles naar voren. De harmonie tussen ruiter en paard, de samenwerking, dat is wat dressuur is. Dat Valegro nog niet helemaal in topvorm verkeerde deed daar geen afbreuk aan; er traden hier en daar wat foutjes op, daar kan aan gewerkt worden: ze scoorde namelijk ook niet de 84% in de Grand Prix waarmee ze een Wereldrecord heeft gevestigd en in de Kür op Muziek scoorde ze ook niet de 90% waarmee ze Olympisch kampioen werd.
De ritten van Edward Gal en Undercover konden mij daarentegen niet erg bekoren. Gal wordt sinds Totilas door het publiek op handen gedragen. Ondanks Undercover een altijd heel erg actief achterbeen heeft, blijft hij zich altijd erg vasthouden in de rug en toont weinig losgelatenheid, wat je wel bij bijvoorbeeld Valegro ziet. Ik vind dat losgelatenheid één van de belangrijkste dingen is die je terug moet zien bij een combinatie op dit niveau. Dit komt ook heel erg duidelijk naar voren in de galop, waar hij meer van de grond lijkt te huppen dan daadwerkelijk te galopperen. In de piaffes blijft Undercover erg actief en mooi op de plaats, maar hij neemt nauwelijks gewicht op de achterhand en gaat niet zitten. Voor mij is dat geen echte piaffe. Al met al vind ik zijn proeven juist erg overgewaardeerd.
Irene Princen, Undercover is overigens een jaar ouder dan Valegro, dus hoezo jong paard?
@Saskia
Deskundig commentaar!
idd Saskia. Valegro loopt op het achterbeen. De paarden van Edward (maar die van Hans-Peter nog meer) lopen met spalken om het achterbeen. Vanaf het bekken zit alles vast. De score van Hans – Peter en Ziesto was overdreven. Maar het aller ergste was de staande ovatie van het plubliek na het afgroeten. En met Tango was uitsluiting de enige goede beslissing geweest. Wegens kreupel achteraan.
Maar wat maakt hen dat uit. Als de ene kapot gereden is staat de volgende al klaar. Zonder er zelf geld te moeten in investeren. Terwijl andere ruiters ( Adelinde , P. Van Der Meer , Madeleine , ….) zelf moeten kopen of inkopen.
Ben het helemaal met je eens, Saskia.
Alle paarden worden hetzelfde gereden door Gal en Minderhoud. Met name Gal is een kei geworden in het verbloemen van dategene wat incorrect is, maar ook Minderhoud wordt er al aardig “handig” in.
Zo lang de jury echter alleen maar kijkt naar uitvoeringsfouten en niet of nauwelijks naar africhtingsfouten zullen we deze praktijken blijven houden.
Het doet me deugd dat gelukkig velen het wel degelijk zien én uiten wat veel juryleden ontgaat of niet wíllen zien.
Losgelatenheid en Durchlässigkeit zijn dé ingrediënten, de kenmerken voor harmonie.
En dan wil men het Skala in de prullenbak gooien …?!
Dat zijn dan mensen die het Skala niet begrijpen omdat ze er niet mee opgevoed zijn.
De laatste reactie van Saskia is verwijderd. Dat is erg jammer, want ze heeft het namelijk heel goed gezien. Is haar reactie verwijderd omdat ze niet onder haar volledige naam reageerde? Of omdat we de foto die ze had geplaatst niet mogen zien? De foto was zeer verhelderend. Hoe moet de toeschouwer weten hoe een goed gereden paard er uit hoort te zien als er geen vergelijkingsmateriaal gegeven mag worden? @ Saskia: misschien kan u het nog eens proberen onder uw volledige naam? Ik heb in Rotterdam hetzelfde gezien als u. Ik ben blij dat ik niet de enige was.