Het toppunt van schone schijn (aan de hand op de driehoeksbaan en bij het vrij bewegen) was een Hannoveraans geregistreerde zoon van Vivaldi, een donkere vos met een lang en expressief voorbeen. Veel front, veel kabaal, maar de geringe hoeveelheid wol werd al pijnlijk zichtbaar toen de hengst nog maar twee passen aan de longe had gemaakt.
Hilariteit brak uit in het Nederlandse kamp van dressuurpaardenhandelaren dat elk jaar de Hannoveraanse hengstenkeuring bezoekt. Het Hollandse handelsgilde hielp in het verleden met goede buitenlandse hengsten de KWPN-fokkerij vooruit, maar liep daarna een aantal forse bloedneuzen op. Toch waren ze er weer, de snelle jongens van de dekcommercie, en stiekem hadden ze dit donkere, langbenige ‘klantenpaard’ op hun wensenlijstje staan.
Als de hengstenkeuring in Verden een dag korter had geduurd, hadden deze heren – onbetwist kenners van jong dressuurtalent – misschien wel een vermogen gegeven voor wat een dag later toch een vergissing bleek te zijn. Nu dropen ze af, ruim voor het begin van de veiling. Een illusie – maar gelukkig ook een kat in de zak – armer.
Persoonlijk acht ik deze handelaren minstens zo kundig als welke hengstenkeuringscommissie dan ook. Kun je nagaan hoe hard we met z’n allen (stamboeken én handel rond de keuringen) de longe als selectie-instrument nodig hebben. Tenminste, zolang we ervoor kiezen om de productie van nieuwe generaties sportpaarden in handen te leggen van nauwelijks driejarige hengsten. Foktechnisch gesproken zou het beter zijn om dat over te laten aan the likes of Jazz, Ferro, Contango, Donnerhall, Don Schufro, De Niro, Rohdiamant etc., wier meerwaarde in de fokkerij vast iets van doen heeft met het feit dat ze zelf succesvol Grand Prix liepen. (Een vergelijkbaar lijstje – maar dan nog veel langer – kan ik overigens maken van succesvolle Grand Prix-springverervers.)
Het circus met driejarige hengsten brengt voor een boel mensen brood op de plank. Dus ondanks het feit dat in heel Europa elk jaar weer vrachtwagens vol hengsten ten onrechte tot de fokkerij worden toegelaten, begrijp ik dat we het er nog wel even mee moeten doen. Maar, beste KWPN (en andere stamboeken die dressuurpaarden voortbrengen), verschaf ons met de longe een klein glimpje achter de sluier die op de hengstenkeuring vaak nog over de natuurlijke aanleg hangt.
Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur ()
Deze column verscheen dinsdag 30 oktober 2012 in De Paardenkrant.

Het lijkt er op dat Rosie ineens aan de longe pas de werkelijke bewegingen ziet en tot zijn eigen verbazing ontdekt dat hij zich door het door hem aanbeden lang en expressief voorbeen gruwelijk heeft laten bedotten. Hoelang dit zo hooggeprezen lange voorbeen dan wel moet zijn, heeft nog nooit iemand uit de doeken gedaan!
Aan de achterhand en de neerwaartse, ondiepe romp kwam Rosie niet eens toe maar daar zit het grootste probleem. Een lang steil achterbeen dat achter de massa staat met een strakke lendenpartij waardoor de achterhand niet kan dalen en de voorhand niet kan rijzen, een romp met het diepste punt tussen de voorbenen en een front dat op stand en in de beweging de natuurlijke welving mist.
Dit paard mist de functionele eigenschappen van een rijpaard en die komen altijd voort uit een harmonische, evenwichtige bouw.
Klik hier voor de foto om uw eigen oordeel te vormen.
http://www.fokt.nl/phpbb3/viewtopic.php?f=16&t=15049
Geachte meneer de Lange,
Met uw visie over het harmonisch gebouwde paard ben ik het volgens mij wel eens, maar ik weet niet of dhr. Rosie het wel verdient zo door u veroordeeld te worden. Hij is nu net degene die het fenomeen ‘verkeerd beoordelen’ aan de kaak stelt; en niet zonder enig leedvermaak.
Het is voor Dhr. Rosie een eyeopener deze observatie, hij beschrijft zijn persoonlijke “leermomentje” en ervaart het als een pedagogische ontdekking..EUREKA ! 🙂
http://www.youtube.com/watch?v=ll-5k8QYH_k
@Marjan Raven
Wat ik beoog te zeggen, is dat je geen longe nodig hebt om te kunnen beoordelen of een paard wel of niet over rijtypische eigenschappen d.w.z. een harmonische en evenwichtige bouw en de daar daaruit voortvloeiende tactmatige en gedragen bewegingen beschikt.
Als Rosie en het door hem in een adem genoemde Hollandse handelsgilde daar pas achter komen als ze een paard aan de longe zien bewegen, bevestigt dat er iets goed mis is met de referentie die men qua exterieur hanteert. Dat Rosie nu weer voor een prestatie aan de longe pleit, lost dit geconstateerde exterieurprobleem niet op maar maakt het kennelijk voor Rosie diens handelsgilde dan pas zichtbaar.
@ Karel de Lange
U bent altijd zeer stellig in uw reacties en overtuigd van de (uw) waarheid.Graag lees ik uw reacties altijd en probeer ze te begrijpen en te visualiseren . Maar bij deze reactie komt U cynisch over en persoonlijk neerbuigend ! Ook mijn reactie is ietwat badinerend,maar zeker NIET zo bedoeld….
De strekking van Dhr. Rosie zijn betoog is mi. zeer positief bedoeld.
Perslot weet niemand beter dan U …dat paarden aan de longe veel beter in staat zijn om hun natuurlijke kwaliteiten daadwerkelijk te tonen dan paarden onder het zadel? De ruiter kan met zijn hulpen (zit,handen,sporen,bit,zadel ,stem enz) een hoop beïnvloeden ,zowel in het voordeel als in het nadeel van het paard…en direct daaraanvast kleven de hooggespannen verwachtingen en financiele belangen van de handelsstal/eigenaar.(soms gaat het om tonnen!…hoopt men)
Toen ik zijn betoog nogmaals doorlas,kwam ik in de eerste zin de woorden “maar weer eens” tegen…en nou net DIE woorden wijzen op het feit dat hij niet verbaasd was,maar opnieuw overtuigd !