Volgens Monahan-Prudent is de springsport in Amerika nu een sport waar amateurs met het duurste en beste paard dat ze kunnen kopen, kijken hoe ver ze kunnen komen. “Ik word ziek van de sport vandaag de dag. We lijken hier in Amerika geen fatsoenlijke ruiters voort te kunnen brengen.”
Succes kopen
“In Amerika kwamen amateurs er achter dat ze met goede paarden uit Europa mee konden rijden met de amateurs. Rijke ouders realiseerden zich dat ze succes voor hun kinderen konden kopen. Het ene leidde tot het andere en nu zijn we op een punt aangekomen, waar we eigenlijk maar weinig goede ruiters hebben.”
Rock bottom
Volgens Monahan-Prudent is er geen simpele weg uit deze situatie. “Ik denk dat we eerst rock bottom moeten raken. In zo’n vijf tot tien jaar denk ik dat we in Amerika geen fatsoenlijk team kunnen samenstellen.” Een opvallend statement van Monahan-Prudent, zeker gezien de huidige positie van de Verenigde Staten in de springsport.
Hard werken
“Als je kijkt naar de topruiters van nu zijn dat allemaal ruiters die er zelf hard voor hebben gewerkt. Mclain Ward was een zoon van een handelaar en reed thuis alles voor z’n vader. Kent Farrington is een jongen van eenvoudige komaf die heel hard heeft gewerkt. Beezie Madden ging overal op zitten toen ze begon te werken voor John Madden. Laura Kraut stuurde elk paard dat ze aangeboden kreeg het parcours in.”
Beste paarden
En precies daar zit het verschil in met de nieuwe generatie topruiters in Amerika, zoals Reed Kessler, Jessica Springsteen en Katie Dinan. “Ze hebben de juiste basis, zijn goede ruiters, maar ze hebben ook altijd de beste paarden gereden die met geld te koop waren. Altijd al, vanaf hun eerste pony’s.”
Geld verpest het
Volgens Monahan-Prudent is het hebben van rijke ouders funest voor de mentaliteit van ruiters. “Mijn indruk is dat kinderen van rijke ouders niet zo hard willen werken voor hun sport. En dat zie ik als een probleem.”
Bron: Chronicle of the Horse

