11-11-11 Stijlbeoordeling eventing ondergewaardeerd
door Gert Naber
De eventing doet het als discipline de afgelopen jaren bijzonder goed. Niet alleen timmert een grotere groep ruiters internationaal hard aan de weg, ook de Nederlandse paarden zetten goede resultaten neer. Er is een enorme belangstelling om te starten in met name de BB en B met als gevolg wachtlijsten om te kunnen starten. Op eventingwedstrijden valt mij vaak op dat veel deelnemers in deze klassen niet begrijpen waarom tijdens de cross een stijlbeoordeling wordt gedaan. In de dressuur beoordeelt de jury immers ook al op stijl en als de prestatie in de springring beneden peil is (meer dan twintig strafpunten), mag de ruiter niet van start in de cross.
Voorop staat dat we alleen deelnemers in de cross willen zien die in de
dressuur en het springen aantoonden verantwoord te rijden. Als in de
cross blijkt een deelnemer dit niet kan, volgt alsnog een onvoldoende
als stijlcijfer waardoor hij geen winstpunten kan behalen. Deze
combinatie is dus nog niet toe aan promotie naar een hogere klasse en
moet tegen zichzelf beschermd worden.
In een overleg met de Eventing Commissie van de KNHS en een groep
stijljuryleden werd onlangs nogmaals duidelijk dat het nodig is om
tijdens de cross in de B en BB een jurybeoordeling mee te geven. Een
opgeleid juryteam geeft aan de hand van een vastgelegd protocol cijfers.
De drie te beoordelen elementen zijn de wijze van het rijden in het
terrein, de wijze van het springen van de hindernissen en de balans en
zit van de ruiter. Twee juryleden zitten verdeeld over het crosstraject
op plaatsen waar de combinaties goed te volgen zijn. In het protocol
geeft elk jurylid (halve) punten van nul tot en met tien voor de
rijkunstige beoordeling. Wanneer het gemiddelde eindcijfer zes of hoger
is, worden eventuele winstpunten toegekend. Van nul tot zes is
onvoldoende en betekent geen promotie. Vanaf 2012 worden de stijlpunten
per jurylid afgetrokken van het totale aantal strafpunten.
Lange stijgbeugels
Bij het evalueren van de beoordelingen van stijljuryleden blijkt bij de
B-pony’s 71 procent een voldoende te scoren en 15 procent onvoldoende.
Bij de B-paarden is dat 78 procent tegen 10 procent. De uitval bij beide
groepen is respectievelijk 14 en 12 procent. Hieruit leidt de conclusie
dat bij de paarden beter gereden wordt dan bij de pony’s. De
uitgesloten combinaties bestaan vaak uit onervaren ruiters en/of
paarden. In de lagere klassen is de val van de ruiter meestal door
omstandigheden en niet door een hindernis. Denk hierbij aan problemen
bij de start of het onderweg plotseling opduiken van iets ‘engs’. Een
ervaren ruiter zit meer in balans en is niet zo gauw uit evenwicht te
brengen.
Veel B- en BB-ruiters zitten zwaar, met lange stijgbeugels en komen op
de sprong te weinig mee. Ze ondersteunen hun paard onvoldoende in het
terrein en weten vaak niet hoe ze op een hindernis aan moeten rijden.
Overmatig zweep- en stemgebruik komt ook voor. Dus ook in kader van
paardenwelzijn moet een stijljury een onvoldoende durven geven. Daarom
is het belangrijk een ruiter op een langer traject te volgen, want het
is niet fair om uit te gaan van één hindernis die toevallig slecht ging.
Signaal afgeven
Veel stijljury’s nemen de moeite om in het protocol een omschrijving te
geven waarom voor een bepaald cijfer is gekozen. Helaas waarderen
sommige ruiters dit niet. In Nederland is de B en BB eventing op
instapniveau. Bij de KNHS willen we stimuleren dat in de cross beter
gereden wordt. Door bij een onvoldoende geen winstpunt toe te kennen,
willen we een signaal afgeven en de ruiters stimuleren om beter te
rijden, les te nemen en te trainen.
Er is een beperkt aantal juryleden, precies genoeg voor het aantal
wedstrijden dat in Nederland op de planning staat. Wanneer een jurylid
twee of drie keer per jaar jureert, houdt hij of zij een getraind oog.
Het nadeel is dat sommige wedstrijdorganisaties op het laatste moment
naar stijljuryleden zoeken en dan niemand meer kunnen vinden. Dat kan
niet de bedoeling zijn en de wedstrijdorganisatie moet hierin zelf zijn
verantwoordelijkheid nemen.
We moeten ernaartoe dat de stijlbeoordeling niet ondergewaardeerd raakt.
Gelukkig zien we dat in de totale breedte de kwaliteit in de
eventingsport toeneemt. Door nu al de ruiters in de lagere klassen een
goede basis mee te geven, zien we hopelijk over enkele jaren resultaat
in de hogere klassen.
Gert Naber is verantwoordelijk voor de sportontwikkeling bij de KNHS en zelf nog actief eventingruiter.
Deze opinie verscheen vrijdag 11 november 2011 in De Paardenkrant
| |
|
reacties
Ik hoop wel dat juryleden hierin goed bijgeschoold gaan worden, zodat dadelijk ook de beste ruiters boven komen drijven en niet de combinatie met het braafste paard. Een jurylid moet bijvoorbeeld een goed correct rijdende ruiter op een groen paard kunnen waarderen en kunnen herkennen als een ruiter nog niet helemaal begrijpt waar hij mee bezig is, terwijl het rondje er dankzij zijn brave ervaren paard redelijk uit ziet. Een goed rijdende ruiter hoeft ook niet altijd aan het perfecte plaatje wat betreft houding te voldoen, maar oa. de balans, correcte hulpen, goed oog voor de sprong en goed gevoel voor ritme moeten doorslaggevend zijn en niet alleen rechtop zitten en stil meeliften op het paard. Doel moet uiteindelijk zijn combinaties minder snel te laten promoveren als ze er nog niet klaar voor zijn.
Ik hoor om me heen dat er ruiters zijn die niet blij zijn met deze ontwikkelingen, want er zou minder snel gepromoveerd kunnen worden, het zou een jurysport worden, het paard is niet geschikt zijn om een goede stijl op te hebben, etc. Minder snel promoveren moet niet erg zijn, rij je nog geen voldoende voor stijl, dan ben je nog niet klaar voor een hogere klasse en moet je nog wat meer aan je rijden werken. Deze stijlbeoordelingen worden alleen in de B gedaan en gemaakte hindernisfouten gelden nog altijd zwaarder dan de stijbeoordeling, dat de springsport hierdoor een jurysport word is onzin. Heb je een wild of groen paard onder je dan zouden jury’s een goed rijdende ruiter hierin moeten herkennen. Bovendien ben je van het hele stijlrijden af zodra je kunt promoveren naar het L, rijden ruiters een beetje fatsoenlijk dan moet dit zo voor elkaar zijn.
De KNHS doet hierin in mijn ogen een goede zet, in plaats van te klagen zouden mensen zich juist wat gestimuleerd moeten voelen om beter en correcter te gaan rijden, want het is toch een fantastisch compliment als juryleden en publiek vinden dat je je parcours rijtechnisch goed rond gereden hebt!
Daarom denk ik dat de juryleden eerst wat moeten bijleren, vooral de springjury's! Voordat dit systeem eerlijk is voor alle bereiders.





