Duister gilde

Duister gilde featured image
Een week geleden schreef ik dat de FEI met de mond vol tanden zal staan als de bobo’s van het IOC ooit vragen gaan stellen over het ‘systeem’ dat wij hanteren om op dressuurwedstrijden tot een uitslag te komen. Die jurering is in handen van een duister gilde dat nergens op aanspreekbaar is. Dat weigert zijn taken op te splitsen in overzichtelijke, voor het publiek begrijpelijke brokken. Dit gilde doet alles om zijn huidige machtspositie – de beoordeling van de totale prestatie – te behouden.

Als er niks verandert, zal het FEI-jurygilde daar ook eeuwig in blijven slagen. Bij kritiek kan het immers kiezen uit een rijk assortiment aan uitvluchten. Een paar voorbeelden. Stel: een topcombinatie piaffeert slecht, maar je wilt er toch veel punten aan kwijt, dan kun je verwijzen naar de goede onderdelen en daar zelfs nog wat extra puntjes aan kwijt. Of een slecht galopperend Lichte Tour-paard, dat de vorige keren steeds won, kun je naar hartenlust roemen om zijn stap en draf. En zo kun je ‘m wéér laten winnen, ook al doen er paarden mee die vergelijkbare proeven liepen met drie goede gangen.

Wat nu als een jurylid alleen maar verantwoordelijk is voor de technische uitvoering van de oefeningen? Of alleen maar aanspreekbaar is op de kwaliteit van de basisgangen? Wat doet dit jurylid dán met een paard dat nauwelijks piaffeert, of met een paard dat galoppeert als een skippybal?

Het is mij menens. Tot iemand mij het zwijgen oplegt, zal ik me blijven verzetten tegen het onsportieve, naargeestige systeem dat juryleden de vrijheid laat om politiek te bedrijven. Om gevestigde namen de hand boven het hoofd te houden en minder beroemde deelnemers te benadelen. Om eigen ruiters omhoog te punten. Het systeem werkt in de hand dat juryleden de volgende keer teruggevraagd zullen worden als ze aan de wensen van concoursorganisator of topruiter hebben voldaan. Het verschaft topruiters een machtspositie omdat ze gewoon de volgende keer niet opnieuw aan de start zullen verschijnen als iets (bijvoorbeeld een bepaald jurylid) hen niet bevalt.

Het is mooi dat jurylid Katharina Wüst de Kür-beoordeling probeert te moderniseren, maar als het daar bij blijft is het niet meer dan een schaamlap. Het gaat om dé dressuursport. Daarin moeten officials een puur dienende, instrumentele en – voor zover dat met mensen kan – mechanische rol vervullen. We zouden de dreiging van het verlies van de olympische status van de paardensport niet nodig moeten hebben om de sport en de sportiviteit te laten zegevieren.

Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur
[email protected]

Deze opinie  verscheen donderdag 12 juni in De Paardenkrant

Read the English version of this opinion here

21 reacties op “Duister gilde

  1. MJ Kochx

    Ik snap DWR’s frustratie en deel die voor een groot gedeelte. De door Wüst ingezette actie m.b.t. de Kür-beoordeling zou op zich ook zo door te voeren moeten zijn voor de reguliere proeven als er inderdaad een ‘code of points’ achtig systeem zou ontstaan waarbij nog duidelijker dan nu in het FEI-reglement de definities worden vastgelegd voor de correcte uitvoering en aftrek van punten.
    Wat bijvoorbeeld te doen bij een ‘uitgestrekte draf’ waarbij het voorbeen hackney-achtig wordt geheven en vervolgens niet op de plek waar het been naar wijst wordt neergezet, terwijl achterhoef nog niet eens in of over de afdruk van de voorhoef komt? Kan en mag daar dan een voldoende voor worden gegeven terwijl het de bedoeling is van uitstrekken om een maximale pasgrootte met behoud van gedragenheid en evenwicht te verkrijgen?
    Is DWR van mening dat een 6je voor een basisgang nooit kan leiden tot een cijfer hoger dan een 6 voor die oefeningen die in deze basisgang worden gereden? Ik ken paarden die niet bijster goed galopperen maar die op de een of andere manier in hun changementen een betere sprong laten zien … wat te doen in zo’n geval met een changement serie? Hetzelfde geldt voor de zijgangen, sommige paarden krabbelen in een gewone draf terwijl ze in een appuyement wat meer balans lijken te krijgen, het omgekeerde komt vaker voor.
    Gaan we de passage en piaffe apart benoemen als basisgang?
    Interessante discussie

  2. Dirk Willem Rosie

    Geachte MJ Kochx,
    Mij gaat het er op de eerste plaats om dat een zekere ‘sense of urgency’ doordringt tot de dressuurwereld zelf. Zonder de medewerking van ruiters en juryleden laat de dressuursport zich niet moderniseren.
    Als dat eenmaal zover is (ik hoop dat ik dat nog mee zal maken), kunnen we inderdaad een interessante discussie opzetten over een ‘code of points’ voor bijvoorbeeld de basisgangen. Hoewel een goede dressuurproef voor mij een bijna esthetische ervaring is, zou ik begrippen die verwijzen naar schoonheid, theater en spektakel hieruit willen weren. Het lijkt mij dat we de bewegingen vooral technisch moeten beschrijven. Met taktzuiverheid als grootste goed en met het vermogen om de paslengte te variëren met behoud van zuiverheid en pasfrequentie als tweede graadmeter. Ook de relatieve harmonie tussen de beweging van de voorbenen en die van de achterbenen zal – lijkt mij – een rol spelen.
    Als een paard dat van nature voor een 6 draaft door een goede opleiding beter gaat draven en bijvoorbeeld in zijgangen meer afdruk ontwikkelt, zal dat zesje in de waardering omhoog gaan. De jury die de uitvoering van de oefeningen beoordeelt zal (bij dat goed opgeleide paard) vervolgens hoge cijfers kwijt kunnen aan de technische uitvoering van het schouder binnenwaarts en de appuyementen.
    Ik kan me niet voorstellen dat iemand de passage en de piaffe als aparte gangen zou willen betitelen. Cruciaal voor dressuur is immers dat het paard zijn takt, pasfrequentie en houding kan behouden ondanks het feit dat paslengte – en daarmee snelheid – sterk variëren. Ik zie daarbij de piaffe als het ene en de uitgestrekte draf als het andere uiterste van de tweetakt-basisgang draf.

  3. Irene

    Vind het ook altijd zo’n vreemde opmerking als de topruiters met een nieuw paard minder punten dan verwacht hebben en dat er dan gezegd wordt dat de jury nog aan de nieuwe combinatie moet wennen… Ze weten toch hoe een oefening er uit moet zien en moeten daar toch gewoon punten voor kunnen geven. Toch vreemd dat als de combinatie vaker gezien is dat de punten dan omhoog gaan.

  4. ingrid

    Ik ben zelf jarenlang jurylid geweest en jammergenoeg moet ik dit beamen.zelfs in de basissport wordt er druk uitgeoefend om bepaalde ruiters te laten scoren.toen ik jarengeleden bij een voorselectie een pony de proef niet niet liet beeindigen ivm ernstige kreupelheid werd ik daarover aangesproken dit nooit meer te doen en zeker niet met het zicht op de levade (waar ik ook zou jureren). maw het huidige systeem aanpakken, te beginnen bij de basis.

  5. tineke

    Meneer Rossie, ik ben het niet altijd met U eens, maar nu wel! Blijf strijden! maar niet alleen op het hoogste niveau, ook landelijk is het huilen met de pet op. Heb zelf dressuur wedstrijden gereden, maar laatste 2 jaar ook veel bij jury geschreven, ook kampioenschappen en daar dingen meegemaakt die mij hebben doen besluiten dat je het ondertussen, absurd hoge bedrag aan startgeld, beter aan een goed doel kunt overmaken.

  6. D Croonenberg

    Ingrid je schrijft dat een jury hogere punten geeft naarmate zij de combinatie vaker heeft gezien omdat ze aan de combinatie wennen. Heb je ooit bedacht dat een combinatie ontwikkeld en daardoor meer punten krijgt. Verder hoeft het systeem niet zo slecht te zijn maar staat en valt alles met integriteit , belangenverstrengelingen en hoeveel druk een jury kan hebben. Dit zijn menselijke factoren die spelen in het hele leven. Ieder systeem heeft voor en nadelen.

  7. MJ Kochx

    @2 Dank Dirk Willem Rosie voor de nadere onderbouwing, zeker eens met een nuchtere, zakelijke beschrijving van de basisgangen zodat daar weinig tot geen subjectiviteit in de beoordeling kan ontstaan. En nu kijken of de Bobo’s en andere notabelen binnen de hippische wereld er wat mee willen doen. Professionalisering van de sport zou toch hoog in het vaandel moeten staan, en daar hoort een zo objectief mogelijk jurysysteem zeker bij.

  8. Wendy van den Barselaar

    Heel interessant. Ik ben zeker voor de genoemde ‘begrijpelijke brokken’. Dit is voer voor de KNHS Technische Commissie Dressuur. “De technische commissie ontwikkelt sporttechnisch beleid, houdt zich vooral bezig met Topsport en adviseert het sportforum dressuur ook over verbeteringen in de breedtesport. De commissie beoordeelt verder wat er vanuit de KNHS met FEI beslissingen gedaan kan worden, maar adviseert ook richting FEI namens de KNHS.”

    Technische Commissie Dressuur (mei 2014)
    • Sanne Beijerman (voorzitter)
    • Wim Ernes (bondscoach senioren en U25)
    • Tineke Bartels (bondscoach young riders, junioren en pony’s)
    • Mariette Sanders-van Gansewinkel

  9. Laura Ginsel

    vind het weer een heel goed artikel, goed geschreven en ben het er helemaal mee eens, zoals ik het ook eens ben met Ingrid en Tinek. Ook ik jureer al een heel tijdje en start ook nog zelf,beide in de basiswedstrijdsport, geen handige combinatie omdat je bij collega jury’s rijdt die weten dat je op een bepaald niveau hebt gereden…. Er komt zoveel politiek bij kijken, het is niet normaal, ook hier rijden leerlingen proeven bij hun instructeurs terwijl dat officieel niet mag en deze leerlingen gaan vaak naar huis met de prijzen. Ik vertik het om daar aan mee te werken en blijf objectief, ik wil geen proeven gaan zitten beoordelen op naam van de deelnemer, ik wil er gewoon blanco naar kijken en gelukkig weet ik heel goed wat ik wil zien, een paard dat zuiver en happy is en niet afgedwongen door de oefeningen loopt, dus zoals in het FEI reglement omschreven staat: alsof het paard uit eigen vrije wil de oefeningen loopt. Een echte Happy Athlete scoort bij mij hoog en fouten mogen dan ook wel eens gebeuren, ik gebruik alle 10 de cijfers en blijf niet tussen die verdomde 4 en 7 hangen wat helaas te vaak gebeurt. En wat ik nog het ergste vind is dat heel slecht combinaties in verhouding tot de betere teveel punten krijgen omdat een verliespunt geven “not done”is en als je dat wel doet omdat je een combinatie in de ring hebt die aan geen enkele voorwaarde voor een goede proef voldoet dan breekt de pleuris los en wordt er vanuit de KNHS gevraagd of je wel zeker weet of je het allemaal goed hebt gedaan op een wedstrijd waarop ik heb geantwoord dat als ik naar huis rij ik vaak bij mezelf denk: ik heb volgens weer teveel punten gegeven…

  10. Louis Röst

    Hulde heer Rosie! Het zou mooi zijn als men meer zou ageren tegen de soms tenenkrommende jurering. Ruiters durven vaak niet, helaas, uit angst voor represailles in de volgende test. Ook op Outdoor Gelderland kwamen weer een paar ‘verbazingwekkende’ scores langs. Juryleden die zich openlijk uitlaten tegen derden over de kwaliteit van combinaties, ook dit komt voor.. Integriteit en met open vizier punten wat je ziet; daar gaat het om. Zeggen dat iedereen zijn/haar best doet is veel te weinig.

  11. Irene

    D. Croonenberg, dat is niet iets wat ik bedacht heb, dat is wat er gezegd wordt als commentaar op tegenvallende punten of als een topper met een ander paard start. Dan is er commentaar over de punten die in vergelijking met andere proeven veel lager uitvallen en dan wordt gezegd dat de jury het paard nog niet goed kent en daar aan moet wennen. De punten komen wel weer als ze ons vaker gezien hebben en aan ons gewend zijn is een regelmatig gelezen uitspraak.

  12. Carola van Galen

    Zeker een goed artikel, politiek speelt een (te)grote rol in de uitslagen, soms val je van je stoel als je live punten mee kunt kijken zoals in Aken. Als ruiter laat ik me daar niet meer door afleiden, gemiddeld genomen over een jaar krijg je toch wel wat je verdient, dressuurruiters moeten eelt op hun ziel hebben! Als jury in de basissport ben ik vaak teleurgesteld over de bijscholingen, veel te massaal, de helft let niet op en is onderling in gesprek, en ondanks alle goede bedoelingen wordt het meestal een openbare dressuurles aan bovengemiddelde combinaties. M.u.v. Wim Ernes, die gaf laatst wel een goede cursus in Uden, maar welke fout nu wat mag kosten in een proef is/blijft lastig. Ik punt altijd positief, met bijna bij ieder punt een korte motivatie, en de mindere combinaties kun je tussen de 56% en de 59% ook duidelijk maken dat ze nog niet op de goede weg zijn, zeker in de basis en bij de pony’s hoef je die deelnemers niet af te serveren met een verliespunt.

  13. Laura Dijkhoff

    Dit soort van jureren begint al bij de basis, ben zelf enkele jaren Jury geweest in de basissport en zag toen ook collega’s hun eigen ruiters voorop zetten, of belachelijke hoge punten geven, voor maar een doorsnee proef. Als ruiter kreeg ik zelf ooit een 3de prijs van een eigen Jurylid, terwijl mijn paard tot 3x de ring uit sprong vanwege een plas water in de ring. Deze prijs heeft dan geen enkele waarde, maar dat schijnen ze niet e snappen. Door een goed Juryrapport leer je van je fouten en kun je hier aan werken. Als het Juryrapport niet klopt, dan denk je dat je het goed doet, maar kom je jezelf bij een andere jury tegen.

  14. J Andela

    waarom denk je dat het er landelijk anders aan toe gaat, een drie voor achterwaarts, 2 x een 4 voor WIJKEN en royaal met bijna 200 punten naar huis. Ik zeg een schandaal!

  15. Carla

    Het is juist wat hier aangegeven wordt. Er is niets sportief meer.

  16. Karel de Lange

    Zolang de juryleden het verschil niet (willen of kunnen)zien tussen de voorgeschreven klassieke of een LDR/rollkür/hyperflexie presentatie zal een transparante uitleg plaatsmaken voor een politieke. Als de juryleden zouden beginnen om consequent de voorgeschreven grondregel te hanteren dat de nek het hoogste punt en de neus te allen tijde voor de loodlijn dient te zijn, is er al veel gewonnen. De juryleden dienen daarop afgerekend te worden om aan het gesjoemel wat voor dressuur door moet gaan een eind te maken.

    >>6. In all his work, even at the halt, the horse must be “on the bit”. A horse is said to be “on the bit” when the neck is more or less raised and arched according to the stage of training and the extension or collection of the pace, and he accepts the bridle with a light and soft
    contact and submissiveness throughout. The head should remain in a steady position, as a rule slightly in front of the vertical, with a supple poll as the highest point of the neck, and no resistance should be offered to the rider.<<

    In deze link wordt exact uit de doeken gedaan wat de verschillen zijn en hoe die eruit zien als men van de fundamentele FEI-grondregel afwijkt.
    http://www.sustainabledressage.net/rollkur/behind_the_vertical.php

    Het is goed dat Rosie het lef heeft om deze materie aan de kaak te stellen. Het zou een belangrijke stap voorwaarts zijn als de hippische pers vervolgens de vinger aan de pols houdt en klip en klaar signaleert als men in de beoordeling hiervan afwijkt en daarbij de nationale successen niet meer door de vingers ziet maar ook die consequent tegen het licht houdt. Het onnatuurlijke spektakel gaat dan weer plaatsmaken voor dressuur zoals die bedoeld en en détail is vastgelegd.

  17. CAMMETJE

    Of je nu in de basis rijdt of op zeer hoog niveau rijdt, de onbekende ruiters kunnen nooit tegen de grote namen op. Vroeger reed ik met een fries dressuur en als je dan een jury had die dat maar een karrepaard vond, kreeg je gewoon weinig punten.
    Mijn mening is, ga springen. Dat is veel eerlijker. Een balk is een balk, die kun je er niet vanaf kijken, als je hem er niet aftikt blijft ie liggen,dus krijg je ook geen strafpunten.Meneer Rosie, strijd verder, met mij zijn vele onbekende ruiters het met u eens.
    Succes!!!!

  18. lei römer

    helemaal mee eens…..

  19. J Andela

    voor cammetje;
    dit wijkt al weer verder af van Dhr. Rosie zijn betoog , maar bij het springen tot en met het L
    is het ook al een jurysport.
    Met twee verschillende paarden 4 keer foutloos en 4x!!! 59.5 punt, als dat geen opzet is

  20. Cees Slings

    Grappig te constateren dat DWR dit onderwerp telkens weer in de ring gooit, zonder nu eens te analyseren wat er werkelijk gebeurd.
    JWR schrijft: Het is mooi dat jurylid Katharina Wüst de Kür-beoordeling probeert te moderniseren, maar als het daar bij blijft is het niet meer dan een schaamlap.
    Dat klinkt mooi, maar tot nu toe is van die poging van Katharina Wüst nog niets te bespeuren. Eurodressage zou na het Global Dressage Forum afgelopen jaar een gedetailleerd rapport schrijven over Katharina Wüst’s ontwikkelingen op dit gebied; ik heb nu bijna 8 maanden later er nog niets over gelezen en ik ben bang dat we er ook de komende tijd niets meer van zullen horen; noch van Katharina Wüst, noch op ED.
    Als DWR iets over die poging van modernisering die Katharina Wüst zou willen voorstellen kan laten zien en/of publiceren dan kunnen we er wellicht enig geloof aan hechten; echter Katharina Wüst heeft tot nu toe niets gepubliceerd, dan wel laten zien over waar zij nu mee bezig is.
    Sterker nog; Katharina Wüst weigert iets prijs te geven van de door haar ‘bedachte’ ontwikkelingen op dit gebied. Dat doet het ergste vermoeden; nl dat haar bedenksels in hetzelfde kader gezien moeten worden zoals de proeven nu beoordeeld worden; ondoorzichtelijk, subjectief en met een attitude die niet meer van deze tijd is. Tel daarbij de freestyle nog even op, waarbij Katharina Wüst zichzelf als specialist beschouwd en we zijn nog verder van huis.

  21. Ko

    Goed stuk en helemaal mee eens. Desondanks is het een mooie sport, een hele bijzondere door de combinatie/interactie mens-dier, en is er veel plezier in te beleven.
    Dat terzijde maar laten we dat niet vergeten of ons ontnemen door een of ander jurylid.

    DWR benoemt 1 ding niet. De beloning voor juryleden is dusdanig belabbert dat wil men overleven wel iets anders moet doen. En wat ligt dan voor de hand met al die kennis ?
    Exact handel of instructie of nauwe samenwerking met dressuurstallen of ruiters voor officieel alleen de zgn “wedstrijd gerichte begeleiding”. Het aantal juryleden dat zegt, ik kan niet jureren omdat er een leerling(en) meerijdt is op 1 hand te tellen (maar ze zijn er wel, hulde daarvoor bij deze overigens).
    De “handel” in een zeer relevant 😉 “sportonderdeel” is het grote verschil met andere jurysporten. Het gaat dan om heel erg veel geld en we zien met regelmaat in het nieuws de enorme financiele marges, commissies en tussenslagen die gemaakt worden op heel korte tijd, per paard, stal, bloedlijn etc.

    Dat is dan nog los van sponsorcontracten etc die ook bij andere jurysporten van invloed zijn.

    Het is met recht een “duister gilde” een uitstekende woordkeuze !

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mogelijk ook interessant