Eén van de 5*-ruiters die ik over de fokkerspremies aansprak, vroeg lachend of ik soms lid van de Socialistische Partij was geworden. Hij was het eens met het idee om een klein deel van ook zíjn prijzengeld te reserveren voor de fokkers, maar verwees niet ten onrechte naar het feit dat fokkerspremies de vrije markt enigszins zouden reguleren.
Maar dat móet dan ook, telkens wanneer de vrijheid van de markt leidt tot onvrijheid van mensen die vitaal zijn voor die markt. Vandaar dat er vakbonden zijn, vandaar dat grotere bedrijven een ondernemingsraad moeten instellen. Als het stijgende aantal 5*-evenementen gepaard zou zijn gegaan met stijgende aantallen geboren veulens, als de steeds toenemende prijzengelden hadden geleid tot duurdere veulens, dan had je mij niet gehoord. Nu gaat deze christen-democraat dan maar als socialist door het leven.
Het woord ‘premie’
We móeten de vrije markt dus een handje helpen. Niks nieuws onder de zon, overigens. In bijna alle fokgebieden herinnert het woord ‘premie’ (Staatsprämie, Bezirksprämie, eerste premie etc.) aan de tijd dat de overheid geld betaalde aan paardenfokkers die de op dat moment benodigde paarden voortbrachten.
Verwaarlozen
Het zijn nu alleen geen artilleriesoldaten en cavalerie-officieren, die goede sier maken met het fokkerswerk, maar ruiters, handelaren, sponsors, evenementen en sportbonden. Het maakt me niet boos dat 5*-ruiters en hun eigenaren elk weekend veel geld verdienen. Het maakt me ook niet boos, dat handelaren op de achtergrond van het miljoenenbal extreem veel geld verdienen. Wat mij boos maakt is dat fokkers in de ogen van alle andere partijen van de hippische economie een quantité négligable zijn, een te verwaarlozen soort mens, dat geen rol van enige betekenis speelt.
Van toevalsproducten naar bewuste keuzes
Toen ik 30, 40 jaar geleden de fokkers van toppaarden interviewde, gebeurde het me 7 van de 10 keer, dat de betreffende fokker eigenlijk geen benul had van de sport. Hij had dus een toevalsproduct voortgebracht. Dat is vandaag de dag helemaal anders. Fokkers zíjn geïnteresseerd, velen van hen volgen de sport, kijken naar ClipMyHorse en FEI.TV en maken bewuste keuzes. We fokken met z’n allen dan ook veel meer en veel betere paarden (waar anderen dan weer geld mee verdienen). Daarvoor bestaat geen erkenning. En dát maakt me kwaad.
Verslag van 17-de juni
De 17-de juni (als de WBFSH het thema fokkerspremies bij de FEI op tafel legt) zal heus geen kant-en-klaar plan opleveren. Maar de uitkomst van het overleg is interessant genoeg om er in de publiciteit aandacht aan te besteden. De hippische journalistiek is vanaf nu geïnteresseerd in de vraag wie de fokkerspremies ondersteunen. En wie ze tegenhouden.
Dit is de laatste van een serie van 5 blogs over fokkerspremies van HorseTelex-directeur (en voormalig Horses hoofdredacteur) Dirk Willem Rosie. Er volgt kort na 17 juni nog een verslag van de bijeenkomst van de WBFSH met de FEI.
Lees ook:
